FIG.1<br>Landschap nabij Saint-Loup-de-Varennes, J.N. Niépce<br>Frankrijk, 1827FIG.2<br>Henri Cartier-Bresson en zijn ouders, Magnum Photos<br>Chanteloup, Frankrijk, 1909FIG.3<br>Henri Cartier-Bresson met zijn fototoestel, Magnum Photos<br>Chanteloup, Frankrijk, ca. 1920FIG.4<br>Atelier van André Lhote, H. Cartier-Bresson<br>Frankrijk, 1927FIG.5<br>Drie jongens bij het Tanganyikameer, M. Munkácsi<br>Congo, 1930FIG.6<br>Rondzwervende vioolspeler, A. Kertész<br>Abony, Hongarije, 1921FIG.7<br>Getto, H. Cartier-Bresson/Magnum Photos<br>Warschau, Polen, 1931FIG.8<br>H. Cartier-Bresson/Magnum Photos<br>Valencia, Spanje, 1933FIG.9<br>H. Cartier-Bresson/Magnum Photos<br>Brussel, België, 1932FIG.10<br>H. Cartier-Bresson/Magnum Photos<br>Asilah, Marokko, 1933FIG.11<br>H. Cartier-Bresson/Magnum Photos<br>Santa Clara, Mexico, 1934

IV. Naar Internationale Faam

(1935 – 1952)

Een wereld vol emoties, in elegantie gevat

Tijdens zijn verblijf in New York in 1935 komt Henri Cartier-Bresson onder meer in contact met Paul Strand (1880 – 1976). Deze fotograaf, waarvoor hij veel respect vertoont, is op dat ogenblik bezig met het draaien van een film en zet hem er toe aan om zich zelf ook tot het bewegend beeld te bekeren. Eenmaal terug in Frankrijk, gaat hij dan ook bij de Franse cineast Jean Renoir (1894 – 1979) aan de slag als tweede assistent voor het filmen van La Vie est à Nous (1936). Naast acteurs verschijnen ook leiders van de communistische partij op het witte doek. Deze film, gedraaid voor het Front Populaire, leunt dan ook dicht aan bij de toenemende sympathie van Cartier-Bresson voor het communisme.

 
FIG.12<br>La partie de campagne, E. Lotar/Magnum Photos<br>Frankrijk, 1936

FIG.12
La partie de campagne, E. Lotar/Magnum Photos
Frankrijk, 1936

Later in 1936 neemt Renoir Cartier-Bresson opnieuw onder de arm, ditmaal als assistent-regisseur voor het draaien van La Partie de Campagne. Hierin maakt Cartier-Bresson ook zijn eerste opwachting als acteur: om hem te laten ervaren hoe het voelt om vóór de camera te staan, laat Renoir hem in een korte scène als een jonge priester opdraven (FIG.12).

Tijdens de politiek erg turbulente jaren 30 — in Duitsland en Italië is het fascisme aan zijn opmars bezig — voelt Cartier-Bresson zich verplicht op de voorgrond te treden door als filmmaker zijn eigen bijdrage te leveren aan het politieke toneel van zijn tijd. In 1937 neemt hij zelf Victoire de la Vie op, een documentaire over de burgeroorlog in Spanje die aansluit bij de fotoserie die hij in 1933 reeds maakte in Madrid en Valencia. Vooral de beginscène, met kinderen die spelen in de straten van Madrid, toont grote overeenkomsten met Cartier-Bressons fotografiestijl. De beelden zijn zorgvuldig samengesteld en recht uit het leven gegrepen.

Merk op dat film nooit een echte passie voor hem werd. Zijn medewerking aan de films van Renoir kan meer beschouwd worden als een tijdelijk alternatief, een tussendoortje voor het stilaan « doordeweekse » fotograferen en een andere manier om de wereld te vereeuwigen. Ook met de films die hij later nog zou regiseren, ambieerde Cartier-Bresson nooit echt grote roem.

 
FIG.13<br>Kroning van George VI, H. Cartier-Bresson/Magnum Photos<br>Londen, Verenigd Koninkrijk, 1937

FIG.13
Kroning van George VI, H. Cartier-Bresson/Magnum Photos
Londen, Verenigd Koninkrijk, 1937

Ondertussen blijft Cartier-Bresson uiteraard aan de slag als vermaard fotograaf. Typerend voor zijn rol in het beïnvloeden van de traditionele persfotografie, is de reeks foto's die hij maakt naar aanleiding van de kroning van koning George VI in 1937. In plaats van, zoals zijn collega's, de kroning zelf vast te leggen, fotografeert hij de uitzinnige massa (FIG.13). Bovenstaande foto getuigt bovendien van de fijnzinnige humor die in enkele van Cartier-Bressons foto's aanwezig is. Onder de bengelende benen van de netjes opgeklede toeschouwers, gunt hij ons immers een blik op een man die zijn roes ligt uit te slapen tussen een zee van krantenpapier na wellicht iets té uitbundig gefeest te hebben.

Niettemin is Cartier-Bresson in 1939 weer van de partij als tweede assistent bij de opnames van La Règle du Jeu van Jean Renoir. Onderhand beseft Cartier-Bresson echter dat bevelen geven aan acteurs hem niet zo goed afgaat. Ook het gebrek aan spontaniteit en de nauwkeurige voorbereiding die aan een film vooraf gaat, storen hem enigszins.

 
FIG.14<br>Begrafenis van Gandhi, H. Cartier-Bresson/Magnum Photos<br>Delhi, India, 1948

FIG.14
Begrafenis van Gandhi, H. Cartier-Bresson/Magnum Photos
Delhi, India, 1948

In 1940, bij het uitbreken van W.O. II, wordt Henri Cartier-Bresson ingelijfd bij het Franse leger maar datzelfde jaar nog wordt hij gevangengenomen door de Duitse bezetter. Gedurende drie jaar kan hij geen enkele foto maken maar in februari 1943 slaagt hij er bij zijn derde poging in om te ontsnappen uit het Duitse gevangeniskamp. Hij vlucht naar Parijs waar hij zich bij het verzet vervoegt. Ondertussen maakt hij heel wat portretten van artiesten als Matisse, Bonnard en Picasso.

In opdracht van het Office of War Information van de VS, draait Cartier-Bresson in 1945 Le Retour, een documentaire over de thuiskomst van de Franse oorlogsgevangenen. Verder legt hij ook de bevrijding van Parijs op de gevoelige plaat vast en realiseert hij de wereldberoemde foto over de ontmaskering van een Duitse informante in het kamp van Dessau. Deze foto is opgenomen in het hoofdstuk Le Moment Décisif.

Aangezien in de VS hardnekkige geruchten de ronde doen dat Cartier-Bresson tijdens de oorlog is omgekomen, begint het Museum of Modern Art (MoMa) in New York een postume tentoonstelling te organiseren. Gelukkig kan Cartier-Bresson in 1946 nog zelf naar New York afreizen om daar mee te helpen aan het opzetten van de exhibitie die in 1947 zijn deuren opent. In datzelfde jaar publiceert het MoMa ook een eerste boek omtrent zijn werk: The Photographs of Henri Cartier-Bresson. Het boek is echter niet door hem zelf geschreven.

 
FIG.15<br>File op het Suzhoukanaal, H. Cartier-Bresson/Magnum Photos<br>Shanghai, China, 1948

FIG.15
File op het Suzhoukanaal, H. Cartier-Bresson/Magnum Photos
Shanghai, China, 1948

Nog in dat jaar, meer bepaald op 22 mei 1947, richt hij samen met Robert Capa (1913 – 1954), George Rodger (1908 – 1995), David « Chim » Seymour (1911 – 1956) en William Vandivert (1912 – 1989) het befaamde Magnum op. Dit fotoagentschap, zowat het eerste in zijn soort, heeft als doelstelling meer ademruimte te creëren voor de fotografen wat betreft de keuze van hun onderwerpen en de uitvoering van hun opdrachten. Aangezien men niet langer afhankelijk is van een hoofdredacteur, zijn de persfotografen immers minder verplicht zich aan de harde actualiteit te houden. In een bericht aan zijn collega's bij Magnum hamert Cartier-Bresson er bovendien op dat het de bedoeling is de foto's voor zichzelf te laten spreken, de legendes bij de foto's strikt informatief te houden en niet te vervallen in sentimentele bijschriften.

Vandivert verlaat Magnum reeds in 1948, en de vier overblijvende stichters verdelen de wereld als het ware onder elkaar. Cartier-Bresson neemt het Aziatische continent voor zijn rekening. Tussen 1948 en 1950 onderneemt hij zo een reis naar het Verre Oosten waarbij hij onder andere India, China en Indonesië aandoet. In India arriveert hij net op tijd voor een laatste ontmoeting met Mahatma Gandhi, amper een uur voor zijn dood. Naast de ingetogen portretten die hij nog mag maken van Gandhi, kan hij enkele dagen later ook de waanzinnige taferelen fotograferen tijdens Gandhi's crematie (FIG.14).

Vervolgens reist hij door naar China waar hij arriveert tijdens de machtsovername door het communistische regime in 1948. Naast de politieke rumoerigheid, maakt hij hier ook enkele uiterst geometrische foto's, waaronder bovenstaande opname in een vissershaven (FIG.15). Verder verdiept hij zich tijdens zijn verblijf in China ook verder in het boeddhisme. Vooral de boeddhistische overtuiging om er naar te streven de natuur zo weinig mogelijk te verstoren, interesseert hem en brengt hem een respect voor realiteit bij dat in schril contrast staat met de vaak surrealistische visie in zijn eerdere foto's.

Hoewel zijn foto's van de oosterse cultuur meer dan behoorlijk zijn, durven critici wel eens de stelling innemen dat zijn hand, ver weg van zijn thuisland Frankrijk, minder trefzeker is.

 
FIG.16<br>Ile de la Cité, H. Cartier-Bresson/Magnum Photos<br>Parijs, Frankrijk, 1951

FIG.16
Ile de la Cité, H. Cartier-Bresson/Magnum Photos
Parijs, Frankrijk, 1951

Dat Cartier-Bresson zijn opleiding als schilder nooit zal vergeten, wordt duidelijk in zijn opname van het Ile de la Cité in Parijs, daterend uit 1951 (FIG.16). De symmetrische opbouw van het beeld, de weerspiegeling in het kalme water en de zachte zwart-wit tinten doen erg schilderachtig aan en maken het ons, zeker op groot formaat, zelfs moeilijk om onmiddelijk te zeggen of we nu naar een tekening of naar een foto aan het kijken zijn.

Een andere klassieker uit Cartier-Bressons werk is de plaat van een jongen die met twee flessen wijn in de hand door het centrum van Parijs loopt (FIG.17). Vreemd genoeg werd deze Rue Mouffetard en foto waar critici oneindig veel diepgravende theoriëen rond sponnen — alcoholisme is er slechts één van — terwijl Cartier-Bresson de foto hoogst waarschijnlijk louter opvatte als een tijdsbeeld van een zorgeloos glunderend kind.

 
FIG.17<br>Rue Mouffetard, H. Cartier-Bresson/Magnum Photos<br>Parijs, Frankrijk, 1952

FIG.17
Rue Mouffetard, H. Cartier-Bresson/Magnum Photos
Parijs, Frankrijk, 1952

Bij het begin van de jaren 50 is Cartier-Bresson reeds een klinkende naam in artistieke kringen en bij de lezers van de talrijke magazines waarin zijn foto's gepubliceerd worden. Een standaardwerk heeft hij echter nog niet op zijn naam staan, meer zelfs: Cartier-Bresson heeft zelf nog geen enkel boek uitgegeven! Daar komt in 1952, met de publicatie van zijn Images à la Sauvette, drastisch verandering in.



FIG.18<br>Achter het station Saint-Lazare, H. Cartier-Bresson/Magnum Photos<br>Parijs, Frankrijk, 1932FIG.19<br>Tijdens de bevrijding van het transitkamp, H. Cartier-Bresson/Magnum Photos<br>Dessau, Duitsland, 1945FIG.20<br>Verdrukte Chinezen bij de verdeling van goud, H. Cartier-Bresson/Magnum Photos<br>Shanghai, China, 1949FIG.21<br>Robert Flaherty, H. Cartier-Bresson/Magnum Photos<br>Louisiana, Verenigde Staten, 1947FIG.22<br>François Mauriac, H. Cartier-Bresson/Magnum Photos<br>Parijs, Frankrijk, 1952FIG.23<br>Zelfportret, H. Cartier-Bresson/Magnum Photos<br>Italië, 1933FIG.24<br>Lenin op het Winterpaleis, H. Cartier-Bresson/Magnum Photos<br>Leningrad, Sovjet-Unie, 1973FIG.25<br>Modelgevangenis van Leesburg, H. Cartier-Bresson/Magnum Photos<br>New Jersey, Verenigde Staten, 1975FIG.26<br>Zelfportret, H. Cartier-Bresson<br>1987FIG.27<br>Henri Cartier-Bresson, M. Franck/Magnum Photos<br>Provence, Frankrijk, 1979FIG.28<br>Henri Cartier-Bresson tekent zijn zelfportret, M. Franck/Magnum Photos<br>Parijs, Frankrijk, 1992FIG.29<br>Salvador Dali, D. Bailey<br>Parijs, Frankrijk, 1972FIG.30<br>H. Levitt<br>New York, Verenigde Staten, 1940FIG.31<br>W. Eggleston<br>Verenigde Staten, ca. 1980FIG.32<br>H. Cartier-Bresson/Magnum Photos<br>Georgië, Sovjet-Unie, 1972 { Printvriendelijke versie } { Lees verder: Le Moment Décisif (1952) }
Le Couperet HCB © Frederik Neirynck 2004 – 2021