Categorie archief: Spoorwegen

Het meest tot de verbeelding sprekende transportmiddel ter wereld.

Markante evoluties

Uit het jaarverslag 2010 van de NMBS-groep. Merk op dat de cijfers hier en daar onverklaarbaar afwijken van de oorspronkelijke jaarverslagen, al blijft de globale trend dezelfde.

Waarlijk, een ‘markante evolutie’: ondanks alle inspanningen vanaf de jaren 90 om mensen uit hun wagen te halen, vervoert de trein vandaag nauwelijks evenveel reizigers als in de sixties. Nochtans staat het buiten kijf dat onze mobiliteit de afgelopen vijftig jaar geëxplodeerd is, al is het moeilijk om daar een betrouwbaar cijfer op te plakken. De statistieken van de FOD Economie gaan uit van een kleine verdrievoudiging tussen 1970 en 2010 van het jaarlijkse aantal reizigerskilometers die in België in personenwagens afgelegd worden.

Lees verder Markante evoluties

Logistieke spoorlogica

Terwijl de DC MOSA 2 de Maas opvaart richting Nederland, passeert de 326 als IC-trein 2512 Namen – Dinant de groeve van Sagrex in Lustin. Het bedieningsspoor ligt in het gras verscholen. Lustin, 2 juli 2013.
Terwijl de DC MOSA 2 de Maas opvaart richting Nederland, passeert de 326 als IC-trein 2512 Namur – Dinant de groeve van Sagrex in Lustin. Het bedieningsspoor ligt in het gras verscholen. Lustin, 2 juli 2013.

Op lijn 154 bevindt zich tussen het voormalige station van Tailfer en de tunnel van Lustin een wissel naar de zandsteengroeve van Sagrex. Via dit spoor voerde Infrabel tot in 2008 elk jaar zo’n 60.000 ton ballast (op een jaarlijkse productie van 300.000 ton) af naar haar werkbasis in Ronet. De transportkosten die NMBS Logistics aanrekende om de wagons op te pikken, liepen echter hoog op. Begin 2009 kondigde de aankoopdienst van Infrabel, de enige spoorklant van de groeve, dan ook aan bij voorkeur enkel nog bloktreinen van 20 wagons in te leggen. De bestaande aansluiting kon echter maximum 10 wagons ontvangen. Sagrex zag zich gedwongen om alternatieven te zoeken en investeerde onder meer in een laadkaai voor schepen, die medio 2010 in gebruik genomen werd.

Lees verder Logistieke spoorlogica

Zondagsrust

In het kader van de grootschalige modernisering van het station van Oostende, vernieuwt Infrabel sinds 2011 ook diverse wisselstraten (zie SJ 176). Geregeld worden hiervoor werktreinen gestald in Oostende-Zeehaven, waar ballast en dwarsliggers geladen kunnen worden. De 6229 en 6219 genieten van hun zondagsrust, terwijl rechts twee wagons staan voor Proviron die de volgende dag omgewisseld zullen worden. Oostende-Zeehaven, 19 februari 2012.
Oostende-Zeehaven, 19 februari 2012.

In het kader van de grootschalige modernisering van het station van Oostende vernieuwt Infrabel sinds 2011 de vele wisselstraten die het station rijk is. Hiervoor worden geregeld werktreinen gestald in Oostende-Zeehaven, waar ballast en dwarsliggers geladen kunnen worden. De 6229 en 6219, gebouwd in 1962-1963, genieten van hun zondagsrust: samen hebben ze inmiddels meer dan 100 jaar en een paar miljoen kilometer op de teller staan. Vervroegd pensioen, my ass.

Lijn 202A, eindelijk in dienst genomen

Op 5 december 2011 vond het eerste commerciële transport plaats over de industriële lijn die Oostende-Zeehaven verbindt met het bedrijventerrein Plassendale 1. Hiermee kwam een einde aan een proces dat meer dan tien jaar duurde. Infrabel investeerde 3,0 miljoen euro in de lijn, het Vlaamse Gewest bekostigde de spoorbrug van 3,7 miljoen euro. Hoog tijd voor een brok recente Oostendse spoorgeschiedenis!

Het project

Eind jaren 90 lanceerde Havenbedrijf Oostende het Plassendale-project, met als doel de achterhaven op te waarderen en intermodaal te ontsluiten. Naast een bijkomende afrit van de A10 voorzagen de plannen ook in een nieuw multimodaal spoorplatform op Plassendale 1, dat naast de in 2001 heropende Tilbury-containerterminal zou bestaan. In oktober 2002 kon de constructie van de brug over het kanaal Gent – Oostende aangevat worden. Precies een jaar later, in september 2003, waren deze werken al beëindigd.

Lees verder Lijn 202A, eindelijk in dienst genomen

Ocharme Urbain

Oostende, 1 april 2013.
Oostende, 1 april 2013.

Helaas geen aprilvis: in maart en april gingen de voormalige werkplaatsen van Wagons-Lits, daterend uit 1898, definitief tegen de vlakte in de Oostendse achterhaven. Daarmee verdwenen de laatste herinneringen aan de roemrijke spoorgeschiedenis van onze koningin der badplaatsen en aan een sporend Europa dat grenzen ophief.

In de werkplaatsen vonden tot 2001 revisies plaats van rijtuigen van de Compagnie Internationale des Wagons-Lits (CIWL), in 1876 opgericht door de visionaire Luikse ingenieur Georges Nagelmackers (1845 – 1905). De CIWL baatte een resem prestigieuze slaaptreinen uit over gans Europa, waaronder ook de legendarische Orient Express van Parijs naar Istanbul. Oostende blonk vooral uit in haar expertise van de restauratie van de kostbare houten interieurs.

Na het faillissement van overnemer Rail Services International (RSI) in oktober 2006 boden de ateliers enkel nog onderdak aan al wie zich aan de rand van onze maatschappij bevond, in schril contrast met de luxetreinen die er ooit onderhouden werden.