Categorie archief: Extracurriculair

L’imagination au pouvoir.

As sweet as it gets

The Bodies (I)
Michaël Borremans, 2005.

Vorig weekend opende in de Brusselse Bozar As Sweet As It Gets, de overzichtstentoonstelling met het werk van Michaël Borremans (°1963). Eerder per ongeluk was ik daar voor de verandering als de kippen bij. Schilderijen van nauwelijks vijf jaar oud: het is eens iets anders.

In het landschap van de experimentele hedendaagse kunst is het niet moeilijk om van Borremans te houden: de man heeft het schildersmétier duidelijk in de vingers. Waar zelfs de Vlaamse Primitieven nog wel eens struikelden over de juiste lichaamsverhoudingen, zet Borremans schijnbaar achteloos in enkele penseelstreken fotorealistische figuren neer. Alles begint bij het kijken, en dat heeft hij donders goed begrepen. De ‘dat kan een kleuter ook’-boutade? Passons.

Combineer dat talent met de unheimliche ruimtes waarin hij zijn personages situeert, en je krijgt ronduit beklijvende beelden. Afgewende blikken. Aardkleuren. Blinde muren. Plus: een vreemde fascinatie voor kaas. Da ist etwas los. Gaat dat zien, nog tot 3 augustus 2014. En probeer oogcontact te vermijden.

Misschien wel het mooiste

Mogens Balle
Mogens Balle, 1958.

Toen ik vorig jaar het Cobra Museum in Amstelveen bezocht, werd ik aangezogen door een werk van de mij onbekende Deense schilder-schrijver Mogens Balle (1921 – 1988). Die houterige/hunkerige houding van twee neushoornachtige schimmen, in haastige lijnen op enkele vellen krantenpapier gekalkt, het maakte de reis naar de — om het in In Bruges-termen te zeggen — shithole Amstelveen op slag waard. In de vreselijke chaos die het internet is als je slechts over een naam en een jaartal beschikt, vond ik onlangs tot mijn grote vreugde een onverhoopte foto terug van het doek. (Advies aan beginnende kunstenaars: geef je werk een titel.)

Lees verder Misschien wel het mooiste

Immer had ik verkeerd gedacht dat wij allen samen iets moeten bewerkstelligen. Elk van ons is een eiland, omsloten door verraderlijk water, en wat wij allen samen hebben bewerkstelligd is louter toevallig gebeurd – het kon evengoed dit of iets totaal anders zijn geweest. Doch wat moet ik nu doen? Leven zoals zij, en wachten tot weer het oerwoud over dit alles heen is gegroeid?

Ofte: de laatste regels van Louis Paul Boons betoverend mooie Menuet. Soms trekt de zee zich terug en wanen we ons één supercontinent. Wellicht daarom dat we allemaal zo verzot zijn op de Mont Saint-Michel: die prachtige illusie dat het water deze keer misschien wel voorgoed wegblijft. Tot de zondvloed ons onderuit haalt, en het oerwoud over alles heen groeit. Telkens opnieuw.